Geert Lambert


Persbericht: Geert Lambert wil opruiing uit strafwet halen
mei 27, 2008, 5:28 am
Filed under: Burgerrechten, Persbericht, Senaat | Tags: , ,

Het artikel uit de strafwet dat eind vorig jaar door de correctionele rechtbank van Antwerpen gebruikt werd om AEL-leider Abou Jahjah te veroordelen, is volgens senator Geert Lambert (VlaamsProgressieven) een anachronisme. Lambert dient een wetsvoorstel in om het artikel zo aan te passen dat de vrijheid van meningsuiting gewaarborgd wordt.

Artikel 66 van het Strafwetboek dateert van 1891 en werd ingevoerd na stakingsacties in de Borinage. Het artikel kwam er onder meer op vraag van Charles Woeste, de legendarische rechts-conservatieve tegenstander van Daens. Men wilde met het artikel, naast de stakende arbeiders, ook de intellectuelen die hen zogezegd “ophitsten” kunnen vervolgen. Het vijfde lid van artikel 66 stelt dat “zij die door woorden in openbare bijeenkomsten of plaatsen gesproken, hetzij door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld, het plegen van het feit rechtstreeks hebben uitgelokt, onverminderd de straffen die bij wet bepaald zijn tegen daders van aanzetting tot misdaden of wanbedrijven, zelfs voor het geval dat die aanzetting zonder gevolg is gebleven” als daders worden gestraft.

Na de invoering van het algemeen stemrecht werden de eisen van deze en latere politieke en sociale bewegingen vooral via de parlementaire, wetgevende weg gesteld en gerealiseerd. Meer dan een eeuw later worden betogingen en protestacties van leden van organisaties uit het maatschappelijk middenveld en van buurtcomités aanvaard als een legitieme wijze van vrije meningsuiting.

Artikel 66, vijfde lid, van het Strafwetboek, dat bedoeld was om de invoering van de democratie tegen te gaan, werd in de laatste decennia dan ook niet meer toegepast. Het Hof van Beroep weigerde het tweemaal toe te passen toen men het probeerde te gebruiken tegen mijnwerkers na de mijnstaking van 1970 en tegen Roberto d’Orazio en twaalf staalarbeiders van de Forges de Clabecq in 1998.

Eind 2007 werd het door de correctionele rechtbank van Antwerpen wel toegepast bij de veroordeling in eerste aanleg van Dyab Abou Jahjah en Ahmed Azzuz. “Ongeacht de appreciatie die men heeft van de rol en van de standpunten van de AEL, moeten radicale opposanten in onze huidige democratische rechtstaat over dezelfde vrijheid van meningsuiting kunnen beschikken als andere actievoerders”, vindt Lambert.

Vanzelfsprekend wil Lambert niet dat haatcampagnes ongestraft blijven, maar ons strafrecht heeft voldoende andere artikelen die dergelijke duidelijk omschreven feiten strafbaar stellen. Het vijfde lid van art. 66 was bedoeld als containerbegrip om elke vorm van politiek militantisme de nek om te wringen. Zo vormt het een effectieve bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting. Net omdat andere artikelen duidelijker omschrijven wat niet getolereerd kan worden inzake haatpropaganda, stelt zijn wetsvoorstel dan ook voor om het vijfde lid van artikel 66 van het Strafwetboek, dat ingaat tegen het door het EVRM gewaarborgde recht op vrije meningsuiting, op te heffen.

Advertenties

1 reactie so far
Plaats een reactie

volledig akkoord maar eigenlijk zouden ALLE artikelen die de vrije meningsuiting aan banden leggen uit het strafrecht moeten verdwijnen.
Zoals bijvoorbeeld alle strafwetten inzake opiniedelicten; zoals anti-racismewetten, anti-discriminatiewetten, negationismewet, het inquisitie-instituut van Jozef Dewitte …)

Reactie door walter maes 




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s



%d bloggers liken dit: